To give you the best possible experience please select your preference.
Gastschrijver op de Enreach blog
Ik merk dat ondernemers groei vaak nog steeds lineair benaderen.
Meer mensen, meer klanten, iets meer omzet. Dus misschien wat extra licenties, een snellere verbinding, klaar.
In de praktijk werkt het zelden zo.
Groei verandert niet alleen de schaal, maar ook het soort bedrijf dat je bent. En juist communicatie en internet zijn vaak de plekken waar je dat als eerste voelt.
Die vergelijking hoor je vaak, en eerlijk gezegd: hij klopt precies genoeg om gevaarlijk te zijn.
Want ja, internet voelt als infrastructuur. Iets dat er “gewoon moet zijn”.
Maar voor digitale en digitaal-intensieve bedrijven is internet niet de achtergrond. Het is de werkvloer.
Niet alleen omdat medewerkers online werken, maar omdat vrijwel alles via het internet loopt:
Als je internet ziet als “mensen die websites openen”, onderschat je wat je bedrijf er in werkelijkheid op bouwt.
In de beginfase is veel impliciet.
Een verbinding is er. Bellen werkt. Als er iets hapert, los je het op. Of je schakelt even over op je hotspot.
Maar zodra je met meerdere mensen tegelijk afhankelijk bent van dezelfde digitale basis, verandert het perspectief.
Dan is de vraag niet meer of iets meestal werkt, maar wat er gebeurt als het níét werkt.
Op dat punt worden communicatie en internet geen “IT-onderwerp”, maar een bedrijfsrisico.
Een van de meest herkenbare groeiverschuivingen zie ik bij bereikbaarheid.
In het begin is het simpel: je kunt me altijd bellen.
Dat werkt zolang jij de spil bent en het team klein is.
Maar groei vraagt iets anders: wij zijn bereikbaar.
Dan komen er vragen die niet technisch zijn, maar organisatorisch:
Zodra je daar niet bewust over nadenkt, ontstaat ruis. Niet omdat mensen het verkeerd doen, maar omdat het systeem niet meer past bij de schaal.
Wat veel ondernemers onderschatten: communicatie is niet meer “ernaast”.
Het is ingebed in je werkproces.
Een gesprek is niet klaar als je ophangt. Het moet door naar:
Dat klinkt vanzelfsprekend, maar precies hier gaat groei vaak schuren.
Niet door een gebrek aan tools, maar door het ontbreken van afspraken en routines.
Dit is de verborgen groeipijn die ik vaak zie.
Organisaties professionaliseren door nieuwe tooling te kopen, maar blijven werken alsof ze met drie mensen zijn.
De oplossing is dan niet nog een systeem, maar een gesprek:
Als dat niet expliciet wordt, krijg je schijn-professionalisering: moderne middelen, maar een werkwijze die persoonsafhankelijk blijft.
Als internet onderwerp wordt, gaat het snel over snelheid en prijs. Logisch, want dat is wat je kunt vergelijken.
Maar de waarde van je verbinding zit zelden in “meer Mbps”.
Die zit in voorspelbaarheid: wat gebeurt er op het moment dat het tegenzit?
Daarom wil ik in een volgend artikel apart inzoomen op het hardnekkige misverstand dat “het toch dezelfde glasvezel in de straat is”, en waarom zakelijk internet vaak iets anders betekent dan je op het eerste gezicht ziet.
Het kantelpunt komt vaak ongemerkt. Niet bij vijftig medewerkers, maar soms al bij acht of tien.
Op dat moment merk je dat “goed genoeg” niet meer voldoende is.
Niet omdat je faalt, maar omdat je bedrijf verandert.
Voor mij is dat de kern: communicatie en internet zijn geen kostenpost die je zo laag mogelijk moet houden, maar een fundament waarop je verdere groei rust.
En dat vraagt om andere vragen dan voorheen.
Niet alleen: wat heb ik nodig?
Maar vooral: welke afhankelijkheden creëer ik, en hoe organiseer ik continuïteit als het tegenzit?